De film gaat over de zeventiende eeuwse piraat Kapitein Jack Sparrow (Johnny Depp). Vanaf zijn schip de Black Pearl heerst hij over de Caribische Zee. Zijn luxe leventje is afgelopen wanneer zijn aartsvijand, kapitein Barbossa (Geoffrey Rush), zijn schip steelt. Niet veel later valt Barbossa de stad Port Royal binnen en ontvoert daarbij Elizabeth (Keira Knightley), de beeldschone dochter van de gouverneur. In een poging haar te redden en de Black Pearl terug te veroveren, vormt Jack een team met Will Turner (Orlando Bloom), een vriend van Elizabeth. Will weet echter niet dat er een vloek rust op Barbossa en zijn manschappen. Zodra de maan zijn licht verspreidt veranderen zij namelijk in levende skeletten. Een gestolen schat vol kostbaarheden blijkt de oorzaak. Pas als deze teruggegeven wordt aan de rechtmatige eigenaar, zal de vloek worden verbroken.
De muziek bij deze film kwam niet zomaar tot stand. In eerste instantie was Alan Silvestri aan het werk gezet, maar deze werd door producent Jerry Bruckheimer aan de kant gezet omdat de muziek niet aan zijn eisen voldeed. Hans Zimmer had het te druk, en zo kwam de klus terecht bij de relatieve nieuwkomer Klaus Badelt. Badelt hoefde de klus niet alleen te doen, hij kreeg hulp van zeven andere componisten en negen orkestrators. Badelt was eerder o.a. al betrokken geweest bij Gladiator.
De muziek vertoont net zoveel bravoure als hoofdrolspeler Depp. De verschillende delen bestaan veelal uit ritmische patroontjes en zitten bomvol knetterend koper, tromgeroffel en ander imposant geweld. Echte spektakelmuziek en echte, prototype filmmuziek. De muziek is voor een film als deze uitermate geslaagd. Bij het beluisteren van de cd bekruipt je alleen wel af en toe het gevoel of het niet wat minder kan. De muziek komt nergens écht tot rust.