In de wereld van de muziek kennen we veel grote namen. Je kunt vaak in kranten en tijdschriften lezen over buitenlandse musici, componisten, dirigenten, enz.. We gaan daarbij helaas nog wel eens voorbij aan de veelzijdige talenten, die we in eigen huis hebben. En zo'n begaafd talent, dirigent, componist en schrijver, wil ik jullie in dit "Interview met" voorstellen: Henk van Lijnschooten, een man die voor de HaFaBra in Nederland van ongekend belang was en nog steeds is.
Lezend in zijn Curriculum Vitae Musicale kom je zo onder de indruk van het vele werk dat hij verzet heeft, zelfs zodanig, dat je makkelijk kan gaan veronderstellen, dat hij twee levens heeft geleefd in een periode waar een normaal mens er slechts één toebedeeld krijgt. Alleen al daarom was het een bijzonder genoegen dit gesprek met hem te mogen hebben. Zijn stem klinkt nog altijd krachtig, doelbewust en zelfverzekerd, zoals dat op tapes te horen is, als hij een muziekvereniging tijdens een concours of festival becommentarieerd.
Wandel met mij mee door de geschiedenis van zijn boeiende muzikale leven: Henk van Lijnschooten werd geboren in 1928 in Den Haag en overleed op 1 november 2006.
Kwam u uit een muzikale familie? Nee, totaal niet. De Algemene Muzikale Vorming was nog maar kort begonnen en er werd veel reclame voor gemaakt. Mijn ouders vonden, dat ik dat maar moest doen. Ik wilde graag klarinet gaan spelen en dat kon niet op de muziekschool, want dat was alleen voor strijkinstrumenten (viool). Ik was één van de eerste AMV kinderen in Nederland die de volledige zesjarige AMV volgde als leerling van Willem Gehrels, die zogezegd de uitvinder was van de AMV.
Nu duurt een cursus Algemene Muzikale Vorming twee jaar. Waarom duurde dat in die tijd zes jaar? Het was eigenlijk de bedoeling van Gehrels om het muziekonderwijs te integreren in het algemeen onderwijs. Hij heeft daar een hele methode voor geschreven, maar dat bleek in de praktijk niet haalbaar, omdat niet elke leraar muzikaal genoeg was. Zodoende is de AMV later verhuisd naar de muziekschool.
Op de volksmuziekschool studeert u in diezelfde tijd viool (van 1937-1943). Was dat uw hoofdvak? Ja, en daarnaast ben ik naar een vereniging gegaan en heb klarinet leren spelen en later ook saxofoon.
Had u nog wel tijd om kind te zijn? Dat is een goeie vraag, maar ik was al vrij gauw bezeten van muziek.
Toen u aan uw studie begon stond de 2e wereldoorlog voor de deur. Heeft die periode nog nadelige invloeden gehad op uw studie? Ik zou bijna zeggen eerder voordelen, want je kon de deur niet uit en er was verder niets te doen. Aan het einde van 1944 ben ik zelfs nog les gaan geven op mandoline, want ik speelde viool en de grepentechniek van viool is hetzelfde als op mandoline. Zodoende heb ik later ook gecomponeerd voor mandoline-orkest.
Maar toen kwam die beruchte 11e november 1944, het moment van de grote razzia's, en u was op een leeftijd, dat u zich moest melden voor de Arbeitseinsatz. Hoe loste u dat op? Mijn persoonsbewijs werd vervalst en ik zag er erg jong uit. Via een oom kwam ik te werken bij een uitdeelpost van het Rode Kruis. Het was in díe tijd, dat ik elke dag langs een raam kwam, waarachter een lange man, een soort artiest, muziek zat te schrijven. Die man was Frits Koeberg en ik dacht: "Dat wil ik ook leren".
(Onder zijn leiding heeft Henk van Lijnschooten van 1944-1952 alle fijne kneepjes van het vak geleerd, terwijl Frits Koeberg hem tevens stimuleerde tot componeren.)
U heeft in die periode een aantal composities geschreven, die echter nooit zijn uitgegeven. Heeft u ze wel bewaard? Ik heb inderdaad een stuk of tien partituren geschreven, maar was daar niet tevreden over. Ik gebruikte ze wel intern. Een paar heb ik er bewaard.
Dat worden later dus heel waardevolle stukken? Wie weet... maar ze liggen wel helemaal onderop de stapel.
Al heel jong, op 18-jarige leeftijd, wordt u aangesteld als klarinettist en violist bij de Koninklijke Militaire Kapel en tegelijkertijd bent u dan ook dirigent van verschillende amateurorkesten. Had u, zo jong, geen moeite met het overwicht op, naar ik aanneem, oudere muzikanten? Of was men toen nog gezagsgetrouw? Men was inderdaad gezagsgetrouw. Bij de KMK had ik, als vakman, inmiddels het nodige aanzien, maar ook omdat ik al heel jong dirigeren had geleerd bij Frits Koeberg werd ik automatisch geaccepteerd. Overigens kwam het later goed van pas, dat ik deze hele vooropleiding bij Koeberg had gehad, want toen ik later naar het conservatorium ging, kon ik meteen in het derde jaar stappen.
Ging dat in die tijd gemakkelijker dan tegenwoordig? Het komt nu wel vaker voor, dat je in een hoger jaar wordt ingeschaald. Maar het hangt van veel factoren af, of je op het conservatorium wordt toegelaten, bijv. een goed gehoor, en of je goed genoeg bent. Op het gehoor word je het meest getest. Als je een goed gehoor hebt, heb je geluk, zoniet, dan kan je het wel vergeten.
Is een absoluut gehoor noodzakelijk, of volstaat een relatief gehoor ook? Je hoeft geen absoluut gehoor te hebben, maar een heel goed relatief gehoor wel. Het is overigens wel goed, dat er zo'n strenge selectie is, want anders zouden we veel te veel werklozen kweken op de conservatoria. Er zijn veel te veel muziekstudenten, die nooit aan de slag komen en dat is frustrerend.
Inmiddels (begin 50-er jaren) bent u de stuwende kracht achter het ontstaan van leerplannen voor de federatieve examens, die later in Nederland als uitgangspunt zullen dienen voor de muziekschoolopleidingen. Ja, ik kwam al gauw in kontakt met de landelijke federaties als adviseur voor de examens A, B, C, D. De musici van de KMK werd gevraagd om boekjes te schrijven met verplichte etudes en voordrachtstukken, waarin een bepaald niveau werd aangegeven. Nu zijn ze niet meer verplicht, je bent vrij om andere etudes te nemen, die dezelfde moeilijkheidsgraad hebben. Maar toen ik begon was er helemaal niets en je moet toch voorbeelden hebben.
Is toen ook het idee ontstaan om een woordenboek te maken voor de blaasmuziek, nog wel in vier talen? Oh nee, dat is veel later gekomen. Pas in de jaren 70 toen ik werd gevraagd als adviseur van internationale organisaties en daardoor veel naar Amerika ging merkte ik dat er behoefte bestond aan een woordenboek in Frans, Duits en Engels. Er bestaan natuurlijk wel woordenboeken in de muziek, maar niet gespecialiseerd op blaasmuziek. Het was een heidens werk, maar vooral in het buitenland heb ik er veel succes mee.
Henk van Lijnschooten tijdens een openluchtrepetitie in het kader van een dirigentencursus.
Dan, na een studie directie aan het Koninklijk Conservatorium, wordt u in 1957 (29 jaar jong) aangesteld tot dirigent van de Marinierskapel. Was dat een grote eer? Ja, dat was een hele grote eer.
Hebt u het niet als tegenstrijdig ervaren om musicus en militair tegelijk te zijn? Vanaf mijn 18e had ik al bij de KMK meegelopen en was dat al een beetje gewend. Het is eigenlijk wel de allermoeilijkste taak geweest om daar een evenwicht in te vinden. Vooral bij de mariniers werden hoge eisen gesteld, het was tenslotte een superkorps.
...en u had de dirigeerstok overgenomen van iemand, die zeer populair was: Gijsbert Nieuwland. Desondanks kreeg u toch ook grote naamsbekendheid. Als je iemand nu vraagt wie voor de Marinierskapel staat, zullen weinigen dat weten. Dat was bij u indertijd wel anders. Ik heb het geluk gehad, dat de grammofoonplaat zo'n belangrijke rol heeft gespeeld. Door de opkomst van de stereofonie moest ik alle marsen opnieuw opnemen bij Philips. Bovendien speelden we elke week voor de radio (er was toen nog nauwelijks televisie). Om bekendheid te krijgen moet je het hebben van radio en tegenwoordig vooral televisie. Op dat punt heb ik de goede tijd nog meegemaakt. Daarbij was de Marinierskapel vroeger een bezienswaardigheid als ze door de stad marcheerden. Dat zie je nu niet meer. Het is ook jammer, dat je bijna geen amateurorkesten meer op straat ziet. Er zijn nog wel drumfanfares die het, ook muzikaal, goed doen. Maar vooral op het platteland heeft een muziekvereniging een belangrijke functie, niet alleen in de concertzaal, maar vooral ook bij plaatselijke gebeurtenissen. En als je je subsidie waar wil maken, moet je daar ook aan meedoen.
U reist met de Kapel over de hele wereld, maar bovendien krijgt u in die periode ook nog een aanstelling als hoofddocent aan het Rotterdams Conservatorium, waar u de grondlegger wordt van een speciale opleiding Directie Harmonie en Fanfare. U schrijft arrangementen, componeert filmmuziek, ... en dat alles in 7 jaar tijd. Is dat topsport? Ja, dat is zeker topsport. Met de Kapel hadden we 175 optredens per jaar en de enkele keer dat ik thuis was, zat ik te schrijven. In die tijd was ik getrouwd en had twee kinderen. Dan kom je er op een moment achter, dat je zo je hele leven niet kan doorgaan. Ik heb toen de zwaarste beslissing in mijn leven genomen door bij de Marinierskapel weg te gaan. Men begreep er natuurlijk niets van, dat ik die mooie baan opgaf, maar ik vond de opvoeding van mijn kinderen belangrijker dan de Marinierskapel. Het zijn beslissingen die je in je leven moet nemen en ik heb er nooit spijt van gehad. Het was een boeiend leven bij de Marinierskapel.
(Tijdens zijn marinetijd schrijft Henk van Lijnschooten muziek bij enkele propaganda-films en een aantal bekend geworden film-documentaires, zoals "Mare liberum". Deze stukken zijn echter nooit uitgegeven.)
In 1965, als u de Marinierskapel verlaat, gaat u zich geheel wijden aan het componeren en doceren en schrijft u composities onder pseudoniem, nl. Ted Huggens en Michiel van Delft. Het heeft lang geduurd voor het "enigma" bekend werd, dat u de verpersoonlijking was van deze componisten. Dat heeft 7 à 8 jaar geduurd. De New Baroque Suite was de eerste compositie die ik onder de naam Ted Huggens schreef. Het was de mooiste tijd van mijn leven. Over de hele wereld moest ik commentaren aanhoren, positief of negatief, zonder dat men wist dat ik de componist was.
Had u er ook een speciale bedoeling mee? Inderdaad, ik was een fan van de Exceptions, die popmuziek speelden op een klassieke manier, bv. Bach, Händel, maar dan met gitaren en ritmesectie. Ik wilde iets dergelijks gaan componeren, en was een beetje bang dat het zou mislukken onder mijn eigen naam. Ik heb alleen nooit bestaande muziek als uitgangspunt genomen, maar eigen thema's in de stijl van Bach, Händel.
Hebben uw pseudoniemen een bepaalde betekenis? De naam Ted Huggens heeft geen speciale betekenis. Wel heb ik op Internet gezien, dat er meer Huggens op muziekgebied bestaan. Michiel van Delft is een ander verhaal: In de tijd van de Taptoe Delft had ik bij de gemeente een vriend, die liedjes schreef voor het Delfts Studentencabaret, waar ik de muziek voor schreef. Dat was ten tijde van de geboorte van mijn zoon Michel. We gingen zodoende samenwerken onder de naam Michel van Delft. Michel: de naam van mijn zoon; van Delft: omdat hij in Delft werkte. Na beëindiging van de samenwerking heb ik de naam aangehouden en ben toen eenvoudiger versies gaan schrijven, meer voor jeugdorkesten.
U heeft ook de hand gehad in het fenomeen seniorenorkesten. Inderdaad. Ook dat bleek in een behoefte te voorzien, en daar zitten de echte liefhebbers in. De Marinierskapel heeft trouwens ook een seniorenorkest opgericht (bij de Kapel gaan ze al met 50 jaar met pensioen). En dat is heel bijzonder, omdat het het enige beroepsseniorenorkest in Nederland is. Veel mensen met grote ervaring, o.a. uit het Residentie-orkest en het Rotterdams Philharmonisch, hebben daar een doel in gevonden. Korte tijd heb ik er nog voor gestaan.
Is er één van de vele composities die u schreef, die uw persoonlijke voorkeur heeft? Eén van mijn leukste ideeën vind ik zelf "Ouverture for fun". Maar ook de "Nederlandse Suite" vind ik één van de meest geslaagde stukken, want ik heb een tijdlang gecomponeerd in de trant van Nederlandse volksliedjes. Voor de Marinierskapel schreef ik (één van mijn eerste composities) de "Rhapsodie over Zeemansliedjes". Dat is bijvoorbeeld gebaseerd op het bekende volksliedje "Al die willen te kapern varen, moeten mannen met baarden zijn".
Heeft u ook uw kinderen kunnen inspireren tot een muzikale loopbaan? Gedeeltelijk. Mijn zoon is uiteindelijk in de popmuziek terechtgekomen, waar hij redelijk veel succes mee heeft. Mijn dochter heeft een tijdje viool gespeeld. Het is heel moeilijk om je eigen kinderen les te geven, zo niet het moeilijkste dat er is.
Vele malen was u jurylid tijdens concoursen. Over het deelnemen aan concoursen zijn de meningen tegenwoordig nogal verdeeld. Wat is uw mening daarover? Zijn ze nóg van deze tijd of zijn ze júist van deze tijd ? Dat muziek in competitieverband gespeeld wordt is juist van deze tijd, maar of je het als doel stelt is iets anders, dat vind ik níet goed. Dat je je eens in de 5 jaar laat testen voor een commissie vind ik helemaal niet zo gek, ook voor de dirigent. Voor een concours moet je niet zolang studeren tot het slecht gaat. Het moet een logisch resultaat zijn zonder veel extra inspanning. En ook niet op iedere hoek een professional zetten, dat is frustrerend voor de andere leden. Als je dan de eerstvolgende repetitie zonder die krachten moet spelen, valt dat zo zwaar tegen. Dat is een foute ontwikkeling.
Welke soort muziek spreekt u het meeste aan, en heeft u een favoriete componist of dirigent? Alle goede muziek spreekt mij aan. Ik heb niet een speciale componist of een bepaalde stijl. Eigenlijk houd ik overal van. Strawinsky vind ik wel het summum van de hedendaagse componisten, maar ook Sjostakovitch vind ik geweldig en de Franse componisten Debussy en Ravel. Maar ik ben geen fan van een bepaalde stroming.
Na een levenlang zo intens geleefd te hebben kunt u nog steeds niet stilzitten en vindt u nu tijd om cryptogrammen te ontwerpen en op Internet te surfen. Cryptogrammen is een hobby van me, en ja sedert kort Internet. Er gaat op dat punt een wereld voor me open.
Als u uw leven zou mogen overdoen, zou u dan weer voor de muziek kiezen? Ja, zonder meer. Of ik het precies hetzelfde zou doen, dat geloof ik niet. Je kunt gebruik maken van je ervaring. Als je eenmaal van de muziek bezeten bent, laat het je nooit meer los.
Deze prachtige woorden van een buitengewoon begaafd en boeiend mens, zullen nog lang in mijn oren naklinken. Voor wie nieuwsgierig is naar het oeuvre van Henk van Lijnschooten of meer wil weten over zijn loopbaan, kan op Internet zijn homepage bezoeken.