Opleiding Aanvankelijk volgde hij lessen voor viool, slagwerk, blaasinstrumenten en piano aan de stedelijke muziekschool. Daarna studeerde hij te Amsterdam hoofdvak viool bij Fiedler en Togni, compositie bij Kint, Zweers, Roeske en Smulders, muziekgeschiedenis bij van Milligen en ensemblespel bij Röntgen en Mossel.
Werkzaamheden Van 1914 tot 1917 was hij leraar viool en theorie aan de Muziekschool te Maastricht. Daarna werkte hij te Hoorn als pedagoog, componist en dirigent van koren en orkesten. Van 1927 tot 1932 was hij directeur van de Muziekschool te Veendam. Daarna vestigde hij zich weer te Hoorn.
Vanaf 1940 was hij lid van het jurycollege van de Koninklijke Nederlandse Federatie voor Harmonie en Fanfare en examinator van de Bond van Orkestdirigenten.
Hij was enige jaren dirigent van het Nederlands Koperorkest.
Composities Al op jonge leeftijd onderkende Gerard Boedijn het rijke gamma van klankkleuren die een blaasorkest kan oproepen en ook ontdekte hij de tekortkomingen die er bestonden. Voor zijn tijd bestond er weinig originele blaasmuziek en praktisch alle korpsen speelden arrangementen van symfonische muziek.
Aanvankelijk ondervonden zijn moderne, vernieuwende werken, veel weerstand zowel bij uitvoerenden als bij het publiek, maar iedereen gaf zich gewonnen toen zijn Partita Symphonique (opus 100) was verschenen en kort daarna zijn wereldberoemde mars Gammatique werd uitgegeven door N.V. Molenaars Muziekcentrale te Wormerveer. Hierna volgenden talrijke andere werken voor fanfare en harmonie. Als hoogtepunt uit zijn oeuvre als componist wordt zijn werk Halewijn uit 1940 beschouwd.
Al spoedig maakte Gerard Boedijn in binnen- en buitenland naam als componist van originele blaasmuziekwerken, welk genre hij met talrijke en veel uitgevoerde oorspronkelijke werken wist te vernieuwen. Verder schreef hij koorwerken, enkele liederen, werken voor strijk- en symfonieorkest, beiaardmuziek, blaaskwintet en trio's, 2 koperkwartetten een saxofoonkwartet en een orgelsuite. Er zijn 224 werken van hem in druk uitgegeven.
Hij ontving opdrachten van regering, provincie, radio en andere instellingen en werd bekroond bij compositiewedstrijden, ook in het buitenland (België).
Prijzen In 1958 ontving hij de Visser-Neerlandiaprijs voor een oorspronkelijk werk voor beiaard en harmonieorkest. In 1959 kreeg hij de koninklijke onderscheiding van Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Bij het bereiken van de 75-jarige leeftijd (1968) werd Boedijn wegens zijn verdiensten voor het Nederlandse muziekleven benoemd tot erelid van de Koninklijke Nederlandse Federatie van Harmonie en Fanfare en van de Nederlandse Dirigenten Organisatie.