• Home > 
  • Muziekdatabase > 
  • Composities > 



Die zauberflöte


Wolfgang Amadeus Mozart - KV620 - 1791



Eerste bedrijf

Tamino wordt achtervolgd door een enorme slang en valt flauw van angst. De slang wordt gedood door de drie hofdames van de Koningin van de Nacht. Als Tamino wakker wordt, beweert de in veren gehulde vogelvanger Papageno dat hij Tamino gered heeft. De drie dames komen weer tevoorschijn, snoeren Papageno letterlijk de mond met een hangslot, en tonen Tamino een portret van Pamina, de dochter van de Koningin. Tamino wordt meteen verliefd. Op aandringen van de Koningin zelf vertrekken Tamino en Papageno, die intussen ontdaan is van zijn hangslot, om haar te redden uit de klauwen van Sarastro, de hogepriester die haar gevangen houdt. De dames geven hen een toverfluit en een magisch klokkenspel mee om hen bij hun taak te helpen, en drie knapen om hun de weg te tonen.

Papageno vindt Pamina als eerste, bewaakt en belaagd door de Moor Monostatos. Zodra deze de in veren gehulde Papageno ziet, loopt hij van schrik weg. Papageno belooft Pamina dat Tamino haar gauw zal komen halen.

Ondertussen is Tamino aan een tempel terechtgekomen, waar hij verneemt dat Sarastro geen tiran is, zoals de Koningin beweerde, maar een wijs man. Ten prooi aan tegenstrijdige gevoelens speelt Tamino op zijn fluit. Als hij Papageno's teken hoort, gaat hij vlug naar hem op zoek.

Tijdens hun vluchtpoging zijn Papageno en Pamina door Monostatos en zijn slaven gevangengenomen, maar Papageno betovert ze met zijn klokkenspel waardoor ze wegdansen. Sarastro verschijnt ten tonele en Pamina biecht op dat ze vluchtte voor Monostatos. Sarastro antwoordt dat de slechte invloed van haar moeder de enige reden is waarom hij haar gevangen houdt. Als Monostatos Tamino binnensleurt en een beloning verwacht, veroordeelt Sarastro hem omdat hij Tamino heeft aangevallen.

Tweede bedrijf

De priesters hebben beslist dat Pamina en Tamino mogen trouwen, maar ze moeten eerst enkele zware proeven ondergaan. De Koningin van de Nacht is vastbesloten daar een stokje voor te steken en stuurt de drie dames om Tamino en Papageno in verleiding te brengen. Ze kunnen echter weerstaan. Dan geeft de Koningin Pamina een mes en beveelt haar Sarastro te doden. Monostatos hoort dat en probeert Pamina te chanteren, maar dat heeft Sarastro dan weer gehoord, en hij zendt Monostatos weg.

Papageno wordt geconfronteerd met een oud vrouwtje dat tot zijn groet verbazing verklaart dat ze zijn minnares Papagena is. Tamino heeft de opdracht gekregen te zwijgen en hij doet de onwetende Pamina veel verdriet door niet op haar vragen te antwoorden. Sarastro beveelt Pamina en Tamino om voor altijd uit elkaar te gaan. Pamina staat op het punt zelfmoord te plegen maar de drie knapen verzekeren haar dat Tamino echt van haar houdt. Ondertussen is het oude vrouwtje nog eens op bezoek geweest bij Papageno: ze heeft ermee gedreigd dat hij voor eeuwig en altijd opgesloten zal worden als hij haar geen trouw zweert. Hij geeft toe en op dat moment maakt ze zichzelf bekend als de vrouw van zijn dromen: jong, mooi en in veren gehuld. Spijtig genoeg wordt ze onmiddellijk weggestuurd door een priester.

Tamino moet de laatste beproeving, de proef van vuur en van water, samen met Pamina doorstaan. Dankzij de toverfluit lukt hen dat. Papageno wil zich ophangen omdat hij Papagena niet kon vinden, maar de drie knapen raden hem aan op zijn klokkenspel te spelen. Daar verschijnt ze tot grote vreugde van beiden. De Koningin van de N acht probeert nog een laatste keer om Sarastro ten val te brengen, maar haar poging mislukt en de krachten van het goede vieren hun overwinning.

Muziek en achtergrond

Die Zauberflöte is een betoverend sprookjesspel dat de omstandigheden weerspiegelt waarin het geschreven werd. Het werd in alle haast gecomponeerd (de ouverture werd slechts 2 dagen voor de première geschreven) voor een vrij primitief voorstadtheater dat geleid werd door Emanuel Schikaneder, een reizende impresario en vriend van Mozart.

Net zoals in Die Entführung aus dem Serail greep Mozart hier voor Die Zauberflöte terug naar het Singspiel, een Duitse mengeling van tekst en muziek. Maar er is een diepere ondergrond: tussen de regels van de opera ontdekt u idealen van liefde en broederschap en nauwelijks verhulde vrijmetselaarssymboliek. Aangezien Mozart en Schikaneder allebei vrijmetselaars waren, is het erg waarschijnlijk dat het verhaal van Die Zauberflöte bedoeld is als een soort sociaal-religieuze allegorie. Het Egyptische kader (Egypte wordt gezien als de bakermat van de vrijmetselarij), de beproevingen van Tamino en Papageno, en sommige delen uit het libretto hebben betrekking op het broederschap. De Koningin van de Nacht lijkt keizerin Maria-Theresa voor te stellen, die heel erg pro-katholiek was en niets moest weten van de vrijmetselarij.

Velen beweren dat het verhaal eerder onhandig is opgebouwd en dat het vele inconsequenties bevat, terwijl de teksten soms saai kunnen overkomen. De opera wordt gered door Mozarts muziek, die in vergelijking met zijn andere opera's van een eenvoudige directheid is. Dit is gedeeltelijk te verklaren omdat Mozart de partituur aan de mogelijkheden van de uitvoerders aanpaste, en die hadden beslist niet de verfijning en de allures van de zangers waarover hij aan het hof beschikte. De enige uitzondering hierop is uiteraard de Koningin van de Nacht: haar zangpartijen zijn bijzonder veeleisend en vergen een heel hoge stem.

Alles terugbrengen tot het hoogst noodzakelijke is kenmerkend voor Mozarts latere werk. Dat fenomeen vindt men ook bij andere componisten vaak terug op het einde van hun carrière. Mozart was echter nog niet zo oud en wist niet dat het tot zijn latere werk zou behoren.


Bron: http://www.zomeropera.be


ComponistWolfgang Amadeus Mozart
TitelDie Zauberflote