Crescendo rouwt – Teun Nobel

Crescendo rouwt – Teun Nobel

In memoriam: Teun Nobel, een leven lang Crescendo

Zestig jaar is bijna een mensenleven. Het zijn tientallen jaren, waarin de wereld er heel anders uit kwam te zien en de muziekvereniging grote hoogtepunten en ook dieptepunten kende. Het zijn decennia waarin Crescendo heel sterk veranderde en waarin hij één van de weinige constante factoren was. Want zestig jaar is ook ongeveer de periode dat Teun Nobel lid was en onderdeel uitmaakte van onze muziekvereniging. Hij behoort tot een kleine club van bijzondere mensen van wie we dat kunnen zeggen.

Teun kwam uit een muzikale familie en kreeg de liefde voor Crescendo met de paplepel ingegoten. Vader, ook Teun geheten, was – net als hij zelf later – zeer actief binnen de vereniging. Als muzikant (op de baritonsaxofoon), maar ook als bestuurder in de tijd dat Crescendo nog een fanfare was waarbij de muzikanten de traditionele concerten combineerden met optredens op straat. Moeder Annie speelde niet, maar haar betrokkenheid bij Crescendo was niet minder groot. Als vrijwilliger regelde ze veel, onder meer bij de voorloper van de AMV (de blokfluitclub). Het was daarom niet meer dan vanzelfsprekend dat Teun en zijn zus Paula ook een instrument gingen spelen. De Nobels waren een saxenfamilie: Paula koos voor de sopraansaxofoon, Teun voor de altsax. De meeste huidige leden zullen hem natuurlijk kennen als koperblazer in het Symfonisch Blaasorkest en de drumfanfare, waar Teun jarenlang trombone en bariton speelde.

Maar Teun was binnen Crescendo meer dan een muzikant. Hij zette zich zijn leven lang vol overgave in voor de vereniging waarvan hij zoveel hield. Bijvoorbeeld als bestuurslid, waar hij jarenlang penningmeester was en zo de financiën van de vereniging op orde hield. Dat hij juist penningmeester was had een logica: Teun had een achtergrond in de boekhouding. Zijn werk rond de financiën van de vereniging was misschien niet altijd voor iedereen even zichtbaar, maar daarom niet minder waardevol. Het ging van het innen en controleren van de contributie tot het meedenken over alle financiële perikelen rond de aanschaf van het muziekschoolgebouw. Hij deed dat alles zeer bekwaam en gedegen en wist bij de gemeente ook knap subsidies voor de muziekschool los te peuteren.

Teun was misschien niet altijd de man van de grote ideeën, maar kon wel direct een idee vertalen en ermee aan de slag gaan, zeggen zijn oud-collega’s uit het bestuur. Wat hij deed stond als een huis. In vergaderingen voerde hij nooit het hoogste woord, hij was een man van weinig woorden. Maar als Teun wat zei was hij meteen duidelijk en to the point. En maar weinigen zullen Teun ooit boos hebben gezien – hij was een zachtmoedig man – maar een enkele keer kon hij naar verluidt wel degelijk zeggen waar het op staat.

Los van zijn inzet als bestuurder deed Teun nog veel meer als vrijwilliger. De stoelen klaarzetten, het podium opbouwen voor concerten, een helpende hand bij acties: Teun was overal bij. Het was voor hem vanzelfsprekend. Ook was hij een verbinder binnen de vereniging. Teun was jarenlang actief bij én het SBO én de drumfanfare, twee geledingen waartussen vooral in het verleden nogal eens spanningen bestonden. Teun zag het als zijn taak de vereniging bij elkaar te houden en trad dan ook regelmatig bemiddelend op.

Apetrots was Teun op zijn zoon Teus, die de liefde voor de muziek en Crescendo van hem kreeg overgedragen en na jarenlang spelen bij de vereniging een geweldige carrière als trompettist tegemoet ging. Teun sloeg zelden een optreden over en was altijd vol van de prestaties van zijn zoon. “Hebben jullie De Wereld Draait Door nog gezien”, vroeg hij als Teus daar weer eens had opgetreden. Of hij kwam alvast aanzetten met een exemplaar van Teus’ nieuwste cd, nog voordat deze in de winkels lag. Dat deed hij ook toen hij zelf niet meer kon spelen, maar nog wel graag naar het SBO kwam. Dan zat hij langs de kant stil te genieten van de club waarvan hij zijn hele leven zoveel hield.

Geef een reactie